Johannes Lambertes BONEKAMP 1914 – 1944


Artikel uit: Vrij Nederland (27 april 2013), door Harm Ede Botje en Erik Schaap over de dood van Jan Bonekamp 


Harm Ede Botje / Erik Schaap,  Hoe het meisje met het rode haar werd verraden

Reconstructie: verzetsstrijder Hannie Schaft werd opgepakt dankzij een Nederlandse politieman. Dat blijkt uit dossiers die Vrij Nederland heeft ingezien.

Hannie Schaft werd op 17 april 1945 geëxecuteerd in de duinen bij Bloemendaal. De Duitse bezetter, die maandenlang jacht op haar maakte, hoorde haar naam voor het eerst tijdens ondervraging van haar strijdmakker Jan Bonekamp.

Hij raakte zwaargewond bij een aanslag die hij op 21 juni 1944 samen met Hannie Schaft pleegde op de gehate Zaanse politiecommandant Willem Ragut. Maar hoe belandde Bonekamp in Duitse handen? Tot nu toe werd altijd gezegd dat hij werd overgedragen door ‘een foute politieman’. Maar wie was dat? En waarom leverde hij Bonekamp uit? Uit voorheen gesloten strafdossiers in het Nationaal Archief van wegens collaboratie veroordeelde Zaanse politiemannen is nu precies te reconstrueren wat er gebeurde op die fatale junidag in 1944. Centraal staat een man die door de geschiedschrijving over het hoofd is gezien, de in 1978 in Spanje overleden Tonny Jansen.

Tonny Jansen was lid van het Rechtsfront, een nauw met de NSB samenwerkende beroepsorganisatie voor politie en justitie. In augustus 1940 werd hij gestationeerd in Harlingen, waar hij openlijk de Hitlergroet bracht, jongens die V-tekens op de muur hadden gekalkt uitleverde aan de Duitsers en ijverig informatie doorspeelde aan de Sicherheitsdienst. ‘Er was in Harlingen geen tweede die zo zijn best deed voor de SD,’ verklaarde een getuige na de oorlog tegenover de politie.

Maar na zijn overplaatsing naar Zaandam in november 1942 gooide Jansen het over een andere boeg. Hij zocht contact met verzetsmensen en bood hun zijn diensten aan. Na de oorlog zijn er dan ook verschillende verzetslieden die hem verdedigen als iemand op wie ze konden bouwen. Zo zou hij medewerkerslijsten van verzetskrant De Typhoon uit handen van de Duitsers hebben gehouden, vliegeniers die achter de linies terecht waren gekomen hebben gered en ervoor hebben gezorgd dat de vooraanstaande verzetsman Jaap Buijs niet werd geëxecuteerd.

Geslepen schurk

‘Hij heeft zeer verdienstelijk werk gedaan voor het verzet,’ zei verzetsman August Sabel na de oorlog tijdens zijn rechtszaak. Maar de rangen der verzetsstrijders waren verdeeld over Jansen. Het gereformeerde, katholieke en sociaaldemocratische kamp nam het voor hem op, terwijl communistische getuigen niets van hem moesten hebben. Bij de links georiënteerde Raad voor Verzet stond de politieman op de lijst van te liquideren landverraders, vertelde het latere communistische raadslid Jan Brasser alias Witte Ko na de oorlog aan justitie. Jansen zou volgens Brasser ‘de motor’ zijn geweest van ‘de opdrachten van politiecommandant Willem Ragut’ en medeplichtig aan de arrestatie van zes Joden bij een razzia. Ook een andere communistische verzetscommandant, Jan ‘Joop’ Jongh was niet te spreken over de Zaanse politiecommissaris. ‘Jansen was een buitengewoon geslepen schurk, naar ons overzwaaiend om zijn huid te redden.’

Uit het justitiedossier van Jansen rijst een beeld op van een man die in de laatste oorlogsjaren weliswaar met het verzet samenwerkte, maar dan vooral met het niet-communistische verzet. Aan communisten had hij een broertje dood. Getuigen­verklaringen in het dossier melden dat Jansen aan de bezetter namen doorgaf van CPN’ers, een lijst van vermeende communisten had aangelegd waar huiszoekingen moesten worden gedaan en in 1943 een belangrijke rol speelde bij razzia’s waarbij communisten werden opgepakt. Ook zou hij volgens mede-agenten een belangrijke rol hebben gespeeld bij het leeghalen van de Zaanse synagoge.

De openbaar aanklager omschreef hem tijdens zijn proces in 1949 als een ‘opportunist’ behorend tot het slag politiemannen die tijdens de oorlog ‘niet aan de zijde van de vijand stonden’ noch zich op een ‘uitsluitend Nederlands standpunt stelden’. Uiteindelijk veroordeelde het Bijzonder Gerechtshof Jansen tot tweeënhalf jaar cel wegens ‘verraad’ en ‘hulp aan de vijand’. De straf viel zo laag uit omdat de rechters ‘in hoge mate rekening’ hielden met zijn verdiensten voor de verzetsbeweging.

Rechtbanktekening van Tonny Jansen uit De Typhoon, Dagblad voor de Zaanstreek, door G.Dekker.



IJver

In het dossier van Tonny Jansen zitten tal van getuigenissen over zijn rol tijdens de arrestatie van Jan Bonekamp, waaruit zonneklaar blijkt dat hij geen enkele moeite heeft gedaan de communistische verzetsstrijder te redden. Zo gaf hij de fanatieke NSB-agent Hendricus de Vogel opdracht de cel waarin Bonekamp werd geplaatst te bewaken. En Jansen deed nog iets waardoor hij de bezetter op het spoor van Hannie Schaft zette. Aanvankelijk verklaarde hij niet al te veel haast te hebben gehad met het informeren van de Duitsers, maar in een tweede verhoor komt hij daarop terug en zegt het bericht van Bonekamps arrestatie ‘zo snel mogelijk’ te hebben doorgespeeld, waarna manschappen van de SD ‘met de meeste spoed’ arriveerden.

'Jansen deed geen enkele moeite de communist te redden'

Kriminalsekretär van de Sicherheitspolizei Emil Rühl en het gevreesde Sicherheitspolizei-lid Friedrich Christian Viebahn verbaasden zich na de oorlog tegenover hun ondervragers over de ijver van Jansen. Volgens Rühl en Viebahn was het voor Jansen ‘een kleine moeite’ geweest Bonekamp te laten onderduiken en hem te laten behandelen. Rühl: ‘Ik zou toch denken dat elke arts bereid zou zijn geweest deze man te helpen en hem hierdoor uit handen van de Duitse politie te houden.’ In een later verhoor zegt Rühl: ‘De Nederlandse SS-man De Vogel hield de wacht waardoor Bonekamp niet de gelegenheid had om personen te waarschuwen.’ En: ‘Door de welwillende medewerking van Jansen bij en na de arrestatie van Bonekamp was het voor ons mogelijk de moordaanslagen uitgevoerd door Hannie Schaft op te helderen.’ Als Jansen Bonekamp niet had uitgeleverd, concludeert Rühl, was Schaft nooit gevonden en ‘was zij zeker nog in leven’.

Ook de Nederlandse SS’er Maarten Kuiper, die tijdens de executie van Hannie Schaft zijn machinegeweer op haar zou legen, legde een belastende verklaring af over Jansen. Ook volgens Kuiper was het dankzij Jansen dat ‘Bonekamp nadat hij was neergeschoten, aan het bureau is gekomen, in de cel is gestopt en bewaakt om zodoende elk contact te vermijden. Zoals bekend heeft Bonekamp toen de naam genoemd van Hannie Schaft. Jansen heeft hierin een zeer actieve rol gespeeld.’

Na de oorlog probeerde Jansen zijn rol bij de uitlevering van Bonekamp aan de Duitsers zo klein mogelijk te maken. Ja, hij had gebeld met het hoofdkantoor van de SD in Amsterdam maar alleen maar omdat hij van arts Willem Levend had gehoord dat Bonekamp ‘binnen tien minuten zou overlijden’. Met andere woorden: als de Duitsers zouden arriveren zou ondervraging van de gevangene niet meer mogelijk zijn. Arts Levend herinnerde zich na de oorlog iets heel anders. Hij had tegen Bonekamp gezegd: ‘Het is erg, maar je gaat direct naar het ziekenhuis.’ En diezelfde boodschap had hij voor Jansen, NSB-burgemeester Hendrik Vitters en enkele SD’ers.

De openbaar aanklager omschreef hem als een 'opportunist'

En dan is er ook nog de foto van Hannie Schaft die in de portefeuille van Bonekamp werd gevonden. In de film "Het meisje met het rode haar" uit 1981 speelt de foto een belangrijke rol: door die vondst kreeg Hannie Schaft een gezicht en wisten de Duitsers naar wie ze moesten zoeken. Maar in werkelijkheid is het waarschijnlijk anders gegaan. Zeker is dat Bonekamp een foto bij zich droeg. De eigenaresse van het huis waar Bonekamp was binnen gestrompeld, verklaarde na de oorlog dat er ‘een foto van een meisje met rond gezicht en loshangende haren tot op de schouders’ uit de portefeuille van Bonekamp werd gehaald door politieman Jan van der Schaaf. Die gaf de foto aan Jansen, en er zou ter plaatse zijn afgesproken dat die onmiddellijk moest worden vernietigd, om te voorkomen dat de afgebeelde persoon zou worden gezocht. ‘Wat door mij direct is gebeurd,’ zei Jansen tegen zijn ondervragers.

Dat Jansen in dit geval wel eens de waarheid gezegd zou kunnen hebben, kan worden onderbouwd met een verklaring uit een zeer onverdachte bron: die van Bonekamps echtgenote Trien van den Brink. Zij voedde in haar eentje haar dochter op, terwijl Bonekamp met Hannie Schaft operaties uitvoerde en ondergedoken zat. Na de aanslag op Ragut werd Van den Brink in het huis van haar moeder opgehaald door de politie en naar Zaandam gebracht. Daar moest ze een kwartier wachten tot er een Rode Kruis-auto arriveerde met haar man. Tijdens de rit naar het hoofdkwartier van de SD aan de Euterpestraat werd ze voortdurend verhoord over het illegale werk van haar man. Daar aangekomen ging het verhoor verder. Op tafel lagen de bezittingen van Bonekamp: een portefeuille, persoonsbewijs, een Ausweis, een portemonnee, een sleutel en twee pistolen. Ook toonden de ondervragers haar verschillende foto’s, van hun dochter, pasfoto’s van hemzelf en een foto van een zekere Karel Smit die eerder door de Duitsers was gefusilleerd. Maar geen foto van Hannie Schaft. Voor de uiteindelijke arrestatie van Schaft maakte de al dan niet vernietigde foto overigens niet veel uit. Nadat Bonekamp Schafts naam had prijsgegeven, deden de Duitsers een inval bij de familie Schaft. Daar zijn ongetwijfeld foto’s gevonden die bij de opsporing zijn gebruikt.

'De verzetsman kreeg 'verschillende spuitjes' voor zijn verhoor'

Verzetsverpleegster

Zeker is dat Jansen in de negen maanden durende jacht op Hannie Schaft geen rol speelde. Zelf verklaarde hij ‘nimmer in de buurt van de woning’ te zijn geweest om ‘te trachten haar te arresteren’. Daarvoor zijn in het dossier ook geen aanwijzingen te vinden. Wel zitten er verklaringen in die een nieuw licht werpen op de laatste uren van Jan Bone­kamp. In Amsterdam werd hij overgebracht naar het Luftwaffe Lazaret te Amsterdam, dat gevestigd was bij het Wilhelmina Gasthuis. De eerdergenoemde Nederlandse SS’er Maarten Kuiper zag hoe de verzetsstrijder ‘verschillende spuitjes’ kreeg om hem ‘geschikt te maken voor verhoor’. Tijdens de bijeenkomsten was een Duitse verpleegster aanwezig die moest waarschuwen als Bonekamp ‘te zwak’ werd, waarna de ondervragingen zouden worden gestaakt.

Emil Rühl, die de ondervragingen samen met Kuiper deed, benadrukte na de oorlog dat Bonekamp voor hem een grote onbekende was. Bonekamp bekende een hele reeks aanslagen waaronder die op banketbakker en notoire NSB’er Pieter Faber. Hoe Rühl en Kuiper Bonekamp de naam Hannie Schaft hebben weten te ontfutselen, is altijd met raadselen omhuld geweest. Schafts medestrijdster Truus Menger-Oversteegen meldt in haar boek "Toen niet, nu niet, nooit" dat de Duitse verpleegster een belangrijke rol speelde. Zij zou zich hebben voorgedaan als een zogenaamde ‘verzetsverpleegster’ en Bonekamp hebben toegefluisterd dat hij boodschappen aan haar kon doorgeven. Hij zou toen, al blind en stervende, Hannie Schafts naam hebben genoemd.

Volgens de inmiddels overleden journalist Ton Kors liep het anders. In "Hannie Schaft, het levensverhaal van een vrouw in verzet tegen de nazi’s" beschrijft hij hoe Emil Rühl zich voordeed als een vriend en de stervende Bonekamp vroeg of hij wat kon doen. Beide auteurs geven geen bronnen bij hun weergave van de feiten. Rühl zelf gaf zijn ondervragers na de oorlog een veel minder spannende, hem vrijpleitende versie van de feiten. Volgens hem was er sprake van een ‘rustig verhoor’ waarbij Bonekamp vertelde samen met Schaft de aanslag op Ragut te hebben gepleegd en dat hij ook verder met haar samenwerkte. Mede-ondervrager Maarten Kuiper: ‘Ik heb persoonlijk gehoord dat Bonekamp de naam Hannie Schaft zei.’

 De zaak Jan Bonekamp/Hannie Schaft en de rol van Tonny Jansen daarbij was voor politie en justitie een van de vele affaires waarnaar ze tussen 1945 en 1949 onderzoek deden. Maar om onbekende reden voerde de officier van justitie de zaak niet op in de tenlastelegging en tijdens de zittingen en in het vonnis is er dan ook geen woord aan gewijd. Voor de inmiddels 89-jarige Truus Menger-Oversteegen is er geen twijfel mogelijk waarom dat zo is gelopen. ‘Weet je waarom Jansen zo heeft geopereerd? Bonekamp was een communist. Daarom stak hij geen hand voor hem uit. En weet je waarom er na de oorlog geen aandacht was voor deze zaak? Opnieuw: omdat Bonekamp een communist was. Het was in 1949 volop Koude Oorlog en om communisten werd met een boogje heen gelopen.’

Na de oorlog werd Tonny Jansen eigenaar van een reisorganisatie.

Tonny Jansen werd na zijn veroordeling tot tweeënhalf jaar vrijwel onmiddellijk op vrije voeten gesteld omdat hij zijn straf al in voorarrest had uitgezeten. Hij begon een autoverhuurbedrijf in Haarlem en later kocht hij daar een reisbureau en begon met vliegreizen. Uiteindelijk werd hij directeur van Centouri, een grote speler op de reismarkt. Hij heeft die organisatie verkocht aan V&D en is op Mallorca gaan wonen. Zijn dochter Magda laat weten geen zin te hebben om ‘oude koeien uit de sloot te halen’ en verwijst door naar haar oom Theo Hibma (85), de broer van haar moeder. Hij zat tijdens de oorlog bij de familie Jansen ondergedoken om te ontkomen aan de Arbeitseinsatz. Hibma ziet Tonny Jansen in de eerste plaats als een verzetsman. Dat hij in de gevangenis heeft gezeten, noemt Hibma een ‘tik voor de familie’. Hij weet niets van betrokkenheid van zijn zwager bij de zaak Bonekamp/Schaft. Wat Hibma zich wel herinnert, is dat zijn zwager tijdens de oorlog soms heel nerveus thuiskwam. ‘Over de redenen voor zijn nervositeit werd niet gesproken,’ aldus Hibma. ‘Hij wilde mijn zuster en mij niet ongerust maken en verzweeg dus veel.’

Erik Schaap is journalist, schreef eerder het boek ‘Walraven van Hall, premier van het verzet (1906-1945)’ en doet onder meer onderzoek naar de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in de Zaanstreek.

 


                Hannie Schaft  Monument bij het Kunstcentrum Zaanstad, Westzijde 39. Plaats van de aanslag op Ragut. Foto Anton van Daal 2004  Jan Bonekamp